Berkeley, here I come!
Berkeley, of all places. Ik had niet gedacht er ooit heen te gaan. Maar iedereen aan wie ik het vertel, reageert enthousiast. Vooral de mensen die er een deel van hun studie hebben gedaan. Het schijnt een leuke en mooie studentenstad te zijn. We gaan het meemaken!
“We” wil in dit geval zeggen: mijn alter-ego en ik. Mijn echtgenoot blijft thuis en deze reis zal ik dus echt helemaal alleen moeten aangaan. Zoals ik het hele avontuur alleen ben aangegaan. En alsof er een duveltje in een doosje zit, zo ontpopt zich opeens in mij een alter- ego. De afgelopen week heeft zij zich regelmatig laten zien, horen en voelen. Want echt; ik heb er soms pijn van in mijn buik. Toen ik vandaag die koffer zo gunstig en licht mogelijk aan het inpakken was – een hels karwei, want je wilt natuurlijk toch die leuke rode schoenen óók meenemen en die witte broek toch ook maar, en o, ja, dat mooi gekleurde shirtje – kwam dat duveltje met regelmaat uit zijn doos.
Elke keer als ik langs de spiegel liep, zei ik tegen mezelf: “Wat doe jij jezelf toch allemaal aan! Je bent een huismus. Je bent het gelukkigst als je met je hond door het bos loopt of met je man aan het ontbijt zit. En nu ga je in je eentje naar Berkeley!” Ja, hoe heeft het toch zover kunnen komen?! Ik ben het gevecht met haar aangegaan. Met succes. Ik doe alsof het een wereldreis is. Maar een beetje is het dat wel. Het is een lange vlucht naar San Francisco en je vliegt een flink stuk terug in de tijd. Op vakantie ga ik er niet. Na een zeer drukke tijd waarin ik veel geschreven heb, maar ook geklust heb in huis – mij hoor je dus niet klagen over het slechte weer – ga ik echt voor mijn werk naar Berkeley. En ik blijf geen dag langer dan noodzakelijk is.
Heel lang geleden kwam er een mail binnen die aan heel veel mensen gestuurd was, met het verzoek van een hoogleraar West-Indische Letteren een samenvatting in te sturen van een mogelijke presentatie die je kon houden tijdens een congres in september, in Berkeley. Een congres over de koloniale en postkoloniale connecties in de Nederlandse literatuur. Ik dacht: “Heel leuk, maar het zal wel. Een deur te ver, Giselle. Des te beter.” Vrolijk ging ik verder met het schrijven van een nieuwe roman.
Tot de inleverdatum naderde. 1 februari 2011. Opeens vond ik het toch wel een uitdaging. Ik las op dat moment net “Sonny Boy” van Annejet van der Zijl. Zomaar een gezin uit Scheveningen, met een paar uitzonderlijke extra’s, gebaseerd op het koloniale verleden van Nederland. Heel veel vond ik herkenbaar. Zelf kwam ik ook niet bepaald uit “de familie Doorsnee”, met mijn Arubaanse vader en een moeder, die in Duitsland was geboren en als peuter naar Nederland kwam, om vervolgens met haar ouders en zusjes vlak na de Tweede Wereldoorlog naar Aruba te emigreren. Eén dag vóór de inleverdatum verzond ik dus toch een verhaal. Mijn familiegeschiedenis in vogelvlucht. Het was natuurlijk niet wetenschappelijk genoeg. Maar het beviel de commissie die oordeelde over de inhoud van de verhandelingen van de potentiële sprekers wel. Zo kreeg ik de heuglijke mededeling, dat men mijn verhaal eigenlijk graag wilde gebruiken om het congres te openen. Ik vind dat een verpletterende eer, vooral omdat de enige eveneens aanwezige literator niemand minder is dan Adriaan van Dis.
Na me via Streetview al een beetje ondergedompeld te hebben in het straatleven van Berkeley en na zelfs al tegenover de ingang van mijn (sfeervolle) hotel gestaan te hebben, kreeg ik dat verduvelde alter-egootje onder controle. Helemaal, toen ik de hotelbevestiging nog eens kritisch las: de receptioniste was “thrilled to have me in her hotel”. Dit wordt genieten. Een prachtkans. Berkeley, here I come. En als ik terugben, kan ik eindelijk weer verder aan die nieuwe roman!
De nieuwe dichtbundel van Giselle Ecury is onlangs verschenen, die de
titel Vogelvlucht draagt. Dit is haar vierde boek. Eerder verschenen
Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en
Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.
Lees hier ook de andere columns van Giselle





