Weemoed
Weemoed
Een zoete aardbei in mijn mond,
een eekhoorntje springt in het rond.
De lucht van de zomer trilt in mij,
wat gaat dit alles gauw voorbij.
De kou bedekt nu al de grond,
de bladeren vliegen in het rond.
De bloemen verliezen hun kleur en geur,
ik ga naar binnen en sluit de deur.
De avond valt
de kachel brand
mijn voeten warm
ik voel jou arm
De witte vlokken vallen neer
het is nu echt al wintersweer
Ik haal de slee nu uit de schuur
en buiten brand het wintervuur
De wollen sokken uit de kast
mijn winterjas die ook nog past
de avond valt
de kachel brand
mijn voeten warm
ik voel jou arm
Margriet Koers





