Een overpeinzing van Margriet
Mijn hoofd is zwaar, mijn lichaam moe en afgemat,
mijn hart ziek van verdriet
Ik doe mijn ogen dicht, en drijf zachtjes af naar de vergetelheid.
Dan hoor ik opeens lachende kinderen en vogels fluiten.
Ik doe mijn ogen open, en bevindt mij op een weg
die naar een huis in een open veld loopt.
Voor het huis zijn kinderen aan het spelen.
Vader en moeder zitten in de tuin en genieten zichtbaar.
Wat ik erg vreemd vind, is dat ik geen auto,s hoor of ander verkeer.
Ik doe weer mijn ogen dicht, bij het openen ben ik in Afrika.
Hier zie ik hetzelfde tafereel. Ik loop een eindje op met een paar
mensen die er gezond en goed gevoed uitzien.
Nergens ontmoet ik weeskinderen of stervende mensen door aids.
Wat ik nog veel vreemder vind is dat ik een klein jongentje zie
lopen met een leeuw die hij bij de manen vast heeft.
Ik ga naar Zuid Amerika en naar Polen en naar Rusland.
Overal kom ik gezonde en tevreden mensen tegen.
De landerijen staan vol met allerlei graansoorten.
In de boomgaarden staan vele soorten volle fruitbomen.
Nergens is er oorlog, honger, ziekte, misdaad en armoede
Ik word wakker, heb ik gedroomd?
Ja, maar ooit zal het werkelijkheid worden, en zal dit tranendal vol van blijdschap zijn, en kunnen mensen in vrijheid en vrede genieten van een nieuwe aarde, onder een rechtvaardige maatschappij, Dat is een droom en een hoop die ik en ieder mens moet koesteren
Margriet Koers.





